Externe factoren

Veel dingen heb je zelf als scheidsrechter in de hand. Maar er zijn ook een aantal externe factoren waar je als scheidsrechter tijdens de wedstrijd mee te maken kan krijgen. Hoe handel je bijvoorbeeld bij onweer?

In grote lijnen gaat het hierbij om de volgende zes stappen.
 

  1. Wanneer vooraf bekend is dat er onweer kan komen, vraag dan beide assistent-scheidsrechters alert te zijn op eventuele onweersontwikkeling.
     
  2. Onweer wordt gevaarlijk voor spelers, toeschouwers en andere aanwezigen als de tijd die verloopt tussen het zien van de bliksemflits en de daaropvolgende donder, minder is dan tien seconden. Dit betekent dan dat het onweer zich globaal op drie kilometer afstand bevindt. Aangezien onweer zich snel kan verplaatsen, is het dan tijd maatregelen te treffen.

    Dit is een vuistregel en gaat niet altijd op. Onweer kan zich soms plotseling aankondigen, al gaat er meestal wel een dreigende weersontwikkeling aan vooraf. Blijf alert op dergelijke ontwikkelingen.
     

  3. Is het tijdsverschil tussen het zien van de bliksem en het horen van de donder minder dan tien seconden, onderbreek de wedstrijd dan onmiddellijk.
     
  4. Spelers, scheidsrechter en assistent-scheidsrechters trekken zich dan terug in de kleedgebouwen.
     
  5. Meld de reden van de (tijdelijke) onderbreking van de wedstrijd aan beide aanvoerders. Vervolgens verzoekt het bestuur van de ontvangende vereniging (via de geluidsinstallatie) de toeschouwers een schuilplaats in de gebouwen, auto’s of bussen te zoeken. Ook een overdekte tribune biedt een redelijke bescherming.
     
  6. De wedstrijd kun je maximaal dertig minuten onderbreken. Staak daarna de wedstrijd definitief. Eerder definitief staken is ook mogelijk als bijvoorbeeld door enorme neerslag het veld onbespeelbaar is geworden. Het definitief staken binnen dertig minuten behoort wel een uitzondering te zijn.